Skip to content
Een jongere oefent met een begeleider een hulpvraag aan de hand van een kaartje in een rustige gemeenschappelijke ruimte.

Zo versterkt sociale vaardigheidstraining lvb zelfvertrouwen

Een vraag durven stellen, aangeven dat iets te druk is of aansluiten bij een gesprek: sociale vaardigheidstraining lvb kan jongeren helpen om zulke situaties met meer vertrouwen aan te gaan. Het doel is niet dat iemand zich altijd aanpast aan anderen. Het gaat erom dat een jongere beter begrijpt wat er gebeurt, eigen behoeften kan aangeven en passende hulp durft te vragen.

Voor ouders en leerkrachten zijn dat herkenbare wensen. Misschien zegt een jongere overal ja op, terwijl iets eigenlijk niet prettig voelt. Of lukt praten thuis prima, maar valt diezelfde jongere stil in een groep. Dat vraagt niet om meer druk, maar om begrijpelijke uitleg en veilige oefenkansen.

Zelfvertrouwen groeit daarbij niet alleen door complimenten. Vooral de ervaring dat een eigen actie helpt, telt mee: ‘Ik vroeg om uitleg en toen kon ik verder.’ Hieronder lees je hoe je zulke ervaringen stap voor stap mogelijk maakt.

Hoe sociale vaardigheidstraining lvb zelfvertrouwen helpt

Sociale vaardigheidstraining is het gericht oefenen van contact met anderen. Denk aan een gesprek beginnen, hulp vragen, omgaan met een meningsverschil of een grens aangeven. Bij een licht verstandelijke beperking moet de uitleg aansluiten bij wat iemand begrijpt en op dat moment aankan.

Een sociale situatie bevat vaak veel informatie tegelijk: woorden, gezichtsuitdrukkingen, ongeschreven regels en verwachtingen. Als die informatie lastig te verwerken is, kan onzekerheid ontstaan. Een jongere weet dan bijvoorbeeld wel dát hij iets wil vragen, maar niet wanneer of met welke woorden.

Door één situatie overzichtelijk te maken, ontstaat ruimte om te oefenen. De begeleider doet iets voor, de jongere probeert het en samen bekijken ze wat hielp. Een kleine, herkenbare succeservaring kan meer betekenen dan een algemene boodschap als ‘wees wat zelfverzekerder’.

Niet iedere jongere met een LVB heeft dezelfde ondersteuning nodig. Ook zijn een LVB en autisme niet hetzelfde, al kunnen ze samen voorkomen. Voor achtergrond over het herkennen van een LVB en passende ondersteuning biedt het Landelijk Kenniscentrum LVB informatie voor professionals.

Kies een doel dat voor de jongere zelf belangrijk is

Een doel als ‘socialer worden’ is te groot en onduidelijk. Bij sociale vaardigheidstraining lvb werkt een concrete wens beter, bijvoorbeeld zelf kunnen zeggen dat je een pauze nodig hebt. Vraag daarom eerst wat de jongere lastig vindt of graag anders zou willen.

Soms zien volwassenen een ander probleem dan de jongere. Een leerkracht wil misschien dat iemand vaker meepraat, terwijl de jongere vooral last heeft van het lawaai tijdens groepswerk. Dan begint passende ondersteuning bij rust en voorspelbaarheid, niet bij vaker het woord nemen.

Situatie Klein oefendoel Mogelijke ondersteuning
Een opdracht niet begrijpen Om één herhaling vragen Een kaartje met ‘Wil je het nog eens uitleggen?’
Een activiteit wordt te druk Een pauze aangeven Een afgesproken woord of gebaar
Iemand wil iets wat niet prettig voelt Een grens uitspreken Oefenen met ‘Nee, dat wil ik niet’
Aansluiten bij een activiteit Vragen of meedoen kan Eerst samen met de begeleider proberen

Kies bij voorkeur één doel tegelijk. Stem ook de vorm af op de leeftijd: een kind kan oefenen tijdens een spel, terwijl een jongvolwassene liever een situatie op een werkplek voorbereidt. Eenvoudige taal hoeft nooit kinderachtig te zijn.

Van voordoen naar zelf proberen

Alleen uitleggen wat iemand zou moeten doen, is meestal onvoldoende. Sociale vaardigheidstraining lvb wordt concreet wanneer een jongere ziet, probeert en terugkijkt. Houd de oefening kort genoeg om aandacht en overzicht te behouden.

Een bruikbare opbouw bestaat uit vier stappen:

  1. Maak de situatie duidelijk: benoem wie erbij zijn, wat er gebeurt en wat de jongere wil bereiken. Gebruik zo nodig een foto of een eenvoudig kaartje.
  2. Doe het voor: laat één mogelijke zin of handeling zien. Bijvoorbeeld: ‘Ik snap stap twee niet. Wil je die voordoen?’
  3. Laat de jongere oefenen: begin met een vertrouwd persoon en een rustige situatie. Een rollenspel mag klein blijven.
  4. Bespreek één ding dat hielp: zeg bijvoorbeeld: ‘Je vertelde precies welke stap onduidelijk was. Daardoor kon ik je helpen.’

Vraag daarna hoe de jongere het zelf vond. Was de zin prettig? Paste een andere formulering beter? Een gebaar of ondersteunend kaartje kan ook een passende manier zijn om iets duidelijk te maken.

Bouw hulp geleidelijk af wanneer dat lukt. Eerst kan de begeleider de zin voorzeggen, later alleen naar het kaartje wijzen. Zelfstandigheid betekent daarbij niet dat alle ondersteuning moet verdwijnen. Weten welk hulpmiddel je nodig hebt, is óók een vaardigheid.

Oefenen in situaties die echt voorkomen

Een rollenspel kan goed gaan, terwijl dezelfde vraag tijdens het koken ineens moeilijk blijkt. Bij sociale vaardigheidstraining lvb hoort daarom ook oefenen buiten het oefenmoment. Die stap vraagt begeleiding, want een andere ruimte, persoon of hoeveelheid geluid kan veel verschil maken.

Neem dit fictieve voorbeeld: een jongere wil tijdens het bakken hulp kunnen vragen. Eerst oefent hij met een begeleider de zin ‘Wil je even meekijken?’ Vervolgens spreken ze af dat hij die zin gebruikt als het afwegen niet lukt. De begeleider blijft beschikbaar, maar neemt de taak niet meteen over.

Na afloop bespreken ze kort wat er gebeurde. Niet alleen of de woorden lukten, maar ook of de jongere zich gehoord voelde. Een volgende keer kan dezelfde hulpvraag worden geoefend bij een creatieve opdracht. Zo krijgt de vaardigheid betekenis in verschillende situaties.

Dat sluit aan bij de oefenkansen die samen aan het werk gaan kan bieden: overleggen, iets verduidelijken en samen een taak afronden.

Ook praktische hulpvragen kun je voorbereiden

Voor jongvolwassenen kan een fictief telefoongesprek over een huishoudelijk probleem relevant zijn. Een dienstenpagina, zoals die van loodgietersbedrijf A&V Drain in Toronto, kan dienen als oefenmateriaal: wat doet het bedrijf en waar werkt het? Bespreek vervolgens welke vragen je aan een lokale vakman zou stellen over een lekkende kraan, kosten of een afspraak. Oefen het gesprek met de begeleider, zonder het bedrijf daadwerkelijk te bellen.

Thuis en op school dezelfde steun bieden

Afstemming voorkomt dat een jongere overal andere aanwijzingen krijgt. Wanneer school oefent met ‘Ik wil even nadenken’, helpt het als ouders die zin herkennen en er ook ruimte voor geven. Bij sociale vaardigheidstraining lvb is herkenbaarheid nuttiger dan steeds nieuwe oefeningen toevoegen.

Spreek samen af welk doel centraal staat, welke hulp wordt gebruikt en hoe volwassenen reageren. Als een jongere om een pauze leert vragen, moet die vraag serieus worden genomen. Anders leert hij vooral dat het aangeven van een behoefte weinig oplevert.

Maak niet van ieder contact een lesmoment. Een jongere moet ook gewoon kunnen ontspannen, stil zijn of een gesprek minder handig aanpakken. Voortdurend verbeteren kan juist onzeker maken. Kies liever een voorspelbaar oefenmoment en vraag of de jongere achteraf kort wil terugkijken.

Let ook op de omgeving. Een rustige plek, extra verwerkingstijd of een duidelijke taakverdeling kan meer helpen dan nog een keer uitleggen hoe iemand zich moet gedragen. Niet elk sociaal probleem ligt bij de jongere; ook anderen kunnen hun communicatie aanpassen.

Tijdens het samen bakken vraagt een jongvolwassene de begeleider om hulp bij het afwegen, met een stappenkaartje naast de ingrediënten.

Vooruitgang herkennen zonder prestatiedruk

Meer praten is niet automatisch vooruitgang. Een jongere kan juist groeien doordat hij eerder aangeeft dat iets niet prettig is. Bij sociale vaardigheidstraining lvb kijk je daarom naar het gekozen doel én naar het welzijn van de jongere.

Bruikbare signalen zijn dat iemand met minder aanwijzingen hulp vraagt, een eigen voorkeur uitspreekt of na een misverstand opnieuw contact durft te maken. Ook het herkennen van spanning kan een betekenisvolle stap zijn, zelfs als zelfstandig handelen nog niet lukt.

Houd observaties eenvoudig. Noteer bijvoorbeeld welke situatie plaatsvond, welke ondersteuning nodig was en hoe de jongere het zelf beleefde. ‘Vroeg bij het koken om uitleg nadat ik naar het kaartje wees’ zegt meer dan ‘ging sociaal beter’.

Vergelijk vooral met eerdere ervaringen van dezelfde jongere, niet met leeftijdgenoten. Een moeilijke dag maakt eerdere groei niet ongedaan. Vermoeidheid, spanning en prikkels kunnen invloed hebben op wat iemand op dat moment kan laten zien.

Wil je het oefenen verbinden aan bredere dagelijkse vaardigheden, dan biedt dit artikel over dagbesteding die zelfstandigheid versterkt aanvullende aanknopingspunten.

Wanneer is andere of extra ondersteuning nodig?

Meer oefenen is niet altijd het juiste antwoord. Als een jongere tijdens sociale vaardigheidstraining lvb steeds vastloopt, onderzoek dan eerst of de situatie begrijpelijk, veilig en haalbaar is. Misschien is de groep te druk, de opdracht te groot of de gekozen communicatievorm niet passend.

Bij aanhoudende angst, pesten, sterke terugtrekking of veel spanning is overleg met een betrokken zorgprofessional verstandig. Een training vervangt geen hulp bij zulke problemen. De jongere hoeft ongewenst gedrag van anderen ook niet beter te leren verdragen.

Vermijd doelen die vooral draaien om ‘normaal overkomen’. Oogcontact afdwingen of een jongere verplicht laten praten helpt niet om eigen behoeften serieus te nemen. Begrijpelijke communicatie en wederzijds respect zijn belangrijker dan één voorgeschreven manier van contact maken.

Veelgestelde vragen over sociale vaardigheidstraining bij LVB:

Voor welke leeftijd is sociale vaardigheidstraining lvb geschikt? Sociale vaardigheden kunnen op verschillende leeftijden worden geoefend. De situaties, taal en werkvormen moeten passen bij de leeftijd, het begripsniveau en de wensen van de jongere. Een oefening voor een kind ziet er daarom anders uit dan een voorbereiding op contact op een werkplek.

Hoe snel merk je meer zelfvertrouwen? Daar is geen vaste termijn voor. Soms wordt een kleine verandering snel zichtbaar, zoals eerder om hulp vragen. Het toepassen bij andere mensen of op andere plekken kan langer duren. Kijk ook of de jongere zich veiliger en meer gehoord voelt.

Kunnen ouders zelf oefenen? Ja, met kleine dagelijkse situaties en zonder druk. Doe iets voor, geef tijd om te reageren en benoem concreet wat werkte. Stem bij bestaande begeleiding af welke woorden of hulpmiddelen worden gebruikt, zodat de ondersteuning herkenbaar blijft.

Moet een jongere in een groep oefenen? Nee, niet altijd. Individueel oefenen kan een passende eerste stap zijn. Een groep kan later oefenkansen bieden, mits de samenstelling, begeleiding en prikkelbelasting aansluiten. Ook dan blijven persoonlijke grenzen belangrijk.

Bespreek welke oefenplek bij jouw kind of leerling past

Bij Ons Plekske kunnen jongeren van 8 tot 30 jaar met een licht verstandelijke beperking en/of autisme deelnemen aan activiteiten rond werk, studie, sport en ontspanning. Persoonlijke begeleiding en aandacht voor interesses en talenten staan daarbij centraal.

Zoek je een plek waar jouw kind of leerling dagelijkse vaardigheden kan oefenen? Bespreek dan welke sociale situaties lastig zijn, wat al goed gaat en welke ondersteuning prettig voelt. Vraag ook expliciet of een formele training wordt aangeboden of dat oefenen binnen de dagelijkse begeleiding plaatsvindt. Via Ons Plekske kun je kennismaken met het aanbod en bespreken wat aansluit bij de jongere.

Anderen lezen ook

Sanne Branderhorst

”Ik werk sinds 2019 als coach bij Ons Plekske en ik vind het ontzettend leuk en uitdagend om te werken met jongeren met een beperking. In de begeleiding van onze jongeren vind ik het belangrijk dat we uitgaan van hun talenten en kwaliteiten in plaats van hun beperkingen. Deze jongeren kunnen vaak veel meer dan we denken. Het beste uit deze jongeren naar voren halen, geeft mij een heel goed gevoel. Het zien van de groei die onze jongeren mee maken vind ik geweldig en dat maakt dit ook heel dankbaar werk”.